Opstap Frans Deel I Leenwoorden

Opstap Frans Deel I Leenwoorden
Opstap Frans Deel I Leenwoorden
Opstap Frans Deel I Leenwoorden
Opstap Frans Deel I Leenwoorden

Ans van Berkel, Rinie Hoeks-Mentjens

Locatie330070136
ISBN: 978-90-8708-013-6 | softcover gelijmd gebonden | 90 pagina's | met kwartetspellen, leenwoordenkaart en memoryspel
46.00 *Prijzen zijn inclusief btw
Opstapboek Frans Deel I Leenwoorden

De serie Opstap Frans is speciaal ontwikkeld voor leerlingen met dyslexie en gericht op de onderbouw van het voortgezet onderwijs. (VO) Opstap Frans Leenwoorden behandelt woorden die in het Nederlands zijn overgenomen. Voorbeelden: chauffeur, taille en douane. Deze voorkennis maakt het voor hen makkelijker om de spelling en uitspraak van nieuwe woorden te leren.

Het deel Leenwoorden biedt de leerling zo letterlijk een opstap naar het leren van 'echte' Engelse en Franse woorden. De delen Basiswoorden (Opstap Engels) en Franse woorden (Opstap Frans) behandelen de hoofdbeginselen van de Engelse respectievelijk Franse spelling. De relatie tussen klanken en letters krijgt veel aandacht. Er wordt in deze Opstapdelen uitsluitend met hoogfrequente woorden geoefend. Dat zijn woorden die relatief vaak in teksten voorkomen, ook in de reguliere leergangen Engels of Frans. Zowel spelling als betekenis van deze woorden zal beter blijven hangen doordat de leerling ze 'in het wild' maar ook in de Opstapboeken herhaaldelijk tegenkomt.

Bij de Opstapboeken worden audio-cd's en diverse spellen (kwartetten, memory, bingo, puzzels etc.) geleverd. De audio-cd ondersteunt de leerlingen bij de juiste uitspraak van woorden.

De drie delen zijn zowel los als in een set te bestellen.

Inleiding voor de begeleider
In de leergangen Frans wordt slechts mondjesmaat informatie gegeven over de relatie tussen klanken en letters. Dat betekent dat het voor dyslectische, en wellicht ook voor andere taalzwakke leerlingen, moeilijk is om Frans te leren. De opstapboeken Frans zijn bedoeld om de leerling voor te bereiden op en te ondersteunen bij het leren van Frans. In het eerste deel gebeurt dat aan de hand van Franse leenwoorden, in de delen 2 en 3 wordt gewerkt met Franse woorden. In deel 3 worden uitsluitend schrijfwijzen en klanken behandeld die niet in leenwoorden voorkomen.

Hoogfrequente woorden
Dit materiaal zal hoogstwaarschijnlijk buiten de reguliere lessen worden aangeboden en zal van de leerling extra tijd en moeite vragen. Om de geïnvesteerde tijd zo efficiënt mogelijk te gebruiken, wordt uitsluitend met hoogfrequente woorden geoefend. Het grootste deel van de geoefende woorden (96 procent) behoort tot de 2000 meest frequente woorden van het Frans, de meeste daarvan zelfs tot de 1000 meest frequente woorden (92 procent). Onder de minder frequente woorden (4 procent) vallen onder meer namen en Engelse leenwoorden in het Frans, zoals le match. In totaal komen in de oefenwoorden en de zinnen waarin de oefenwoorden worden
aangeboden, ruim 450 verschillende woorden voor. Een oefenwoord kan in verschillende hoofdstukken voorkomen. Het woord l’école bijvoorbeeld wordt geoefend in het hoofdstuk over é, in het hoofdstuk over c en in het hoofdstuk over o.

Oefenen van hoogfrequente woorden heeft een aantal voordelen. De leerling zal de woorden hoogstwaarschijnlijk ook in zijn leergang tegenkomen, waardoor niet het idee hoeft te ontstaan dat de oefeningen weinig met het Franse leerboek te maken hebben. Hoogfrequente woorden hebben het voordeel van ingebouwde herhaling. De kans dat een leerling zich aan de hand van hoogfrequente woorden bewust wordt van spellingpatronen, is groter dan wanneer dat aan de hand van laagfrequente woorden gebeurt. Omdat van alle woorden ook de betekenis wordt geoefend, en alle woorden zelf een aantal keren in het boek voorkomen, is te verwachten dat de leerling ook de betekenis van de woorden leert.

Kapstokwoord
De leerling wordt geadviseerd de spelling van de geoefende woorden met behulp van een kapstokwoord te onthouden. Er is niet een apart spellingklankschrift opgenomen, maar aan het eind van elk hoofdstuk is wel ruimte gelaten waarin de leerling woorden kan noteren die hij voor school moet leren en die bij het betreffende kapstokwoord horen. Anders dan in het Leenwoordendeel worden nu eenvoudige spellingregels bewust gemaakt. Deze zijn bij elkaar te vinden op de Regelkaart. Het oefenen van de uitspraak gebeurt enerzijds met losse woorden, anderzijds in zinnen. Alle woorden worden op cd gepresenteerd, evenals de contextzinnen. Daarnaast staat een aantal oefeningen op cd. Voor het oefenen van de betekenis is een standaardprocedure gevolgd. De leerling krijgt altijd eerst de gelegenheid aan te geven of hij van nieuwe woorden de betekenis al kent. Vervolgens wordt een zin aangeboden waaruit de betekenis geraden zou kunnen worden. Ten slotte volgt de vertaling van de zin. Omdat een oefenwoord op meer plaatsen in het boek ter sprake kan komen, zal ook de bijbehorende zin op meer plaatsen voorkomen. Bovendien wordt soms eenzelfde zin voor meer oefenwoorden gebruikt.

Woordherkenning en luisterlezen*
Het veelvuldig herhalen van de woorden zal ertoe leiden dat de leerling de betekenis van de woorden leert en steeds minder gebruik zal hoeven maken van de vertaling. Het luisteren naar de contextzinnen op cd, terwijl de leerling de zinnen meeleest, is op zich een zinvolle oefening om de woordherkenning bij het lezen te stimuleren. Zelfs als een leerling van alle woorden zonder contextzin de betekenis zou kennen, is het daarom aan te raden met de zinnen oefeningen te doen in luisterlezen. In de laatste hoofdstukken worden tips gegeven voor het onderscheid tussen le- en la-woorden, en voor het leren van de enkelvoudvormen van het bijvoeglijk naamwoord. Hoewel dit boek niet over grammatica gaat, is deze informatie wel opgenomen, omdat het onderscheid tussen le- en la-vormen in het Frans veel te maken heeft met de relatie tussen letters en klanken. Deze leerstof zou u ook pas in het tweede leerjaar kunnen doornemen. Achterin het boek zijn enige spelletjes te vinden. Daarnaast treft u in elk hoofdstuk enkele speelse oefeningen aan.